Het huidige stelsel werkt op basis van forfaitaire (fictieve) percentages. Datatechnisch is dit overzichtelijk: één peildatum, één saldo. Het nieuwe wetsvoorstel, dat begin 2026 onder hoge druk wordt afgerond, introduceert de vermogensaanwasbelasting. Dit vereist dat de fiscus niet langer werkt met statische saldi, maar inzicht krijgt in de mutaties en ongerealiseerde waardeveranderingen van miljoenen portefeuilles.
Dit creëert een enorme druk op de 'keten'. Banken, verzekeraars en buitenlandse brokers moeten datastromen leveren die vele malen complexer zijn dan voorheen. Voor liquide middelen (beursgenoteerde aandelen) is dit met de huidige API-koppelingen wellicht haalbaar. Maar voor illiquide assets, cryptovaluta op decentrale exchanges en vastgoedwaarderingen, ontbreekt een robuuste data-infrastructuur. Hoe valideert een algoritme de waarde van een volatiele asset op 31 december zonder menselijke tussenkomst?
De waarschuwingen van de Raad van State en de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) gaan dieper dan juridische bezwaren. Zij wijzen op een systeemrisico. De Belastingdienst kampt al jaren met een verouderd IV-landschap (Informatievoorziening). Het toevoegen van een complex, data-intensief systeem voor werkelijk rendement vergroot de kans op fouten in de uitvoering aanzienlijk.
Beursanalist Niels Koerts omschreef het voorstel als "een gedrocht", refererend aan de complexiteit. Voor IT-architecten en data-specialisten is dit een herkenbaar patroon: beleid wordt gemaakt op basis van politieke wenselijkheid, zonder dat de digitale haalbaarheid 'by design' is geborgd. De schatting dat er 900 extra FTE nodig zijn voor de uitvoering, in een krappe arbeidsmarkt, onderstreept de inefficiëntie van het gekozen model.
Een aspect dat binnen de data-ethiek en privacykringen (een belangrijk thema op onze campus) zorgen baart, is de verschuiving naar verregaande transparantie. Om een vermogensaanwasbelasting correct uit te voeren, beweegt de overheid feitelijk richting een 'real-time vermogenskadaster'.
De overheid moet immers kunnen verifiëren of een waardedaling in de portefeuille daadwerkelijk een koersverlies is, of een onttrekking. Dit vereist een granulariteit in dataverzameling die ongekend is in de Nederlandse fiscale geschiedenis. De grens tussen noodzakelijke controle en disproportionele datahonger vervaagt hier. Zoals analist Remco Koerman opmerkt, ligt het risico van de asymmetrie (wel belasten, beperkt verrekenen) volledig bij de burger, maar de administratieve bewijslast wordt een gedeelde nachtmerrie.
Vanuit macro-economisch perspectief raakt dit de innovatiekracht van Nederland. Kapitaal is mobiel. Complexe regelgeving en hoge administratieve lastendruk zijn push-factoren voor investeerders en ondernemers. Als Nederland kiest voor een 'Alleingang' met een complex aanwassysteem dat afwijkt van omringende landen, ondermijnt dit de concurrentiepositie.
Het risico op kapitaalvlucht, zoals ook aangehaald in analyses over het Noorse model, is niet slechts een probleem voor de schatkist. Het is een verschraling van het ecosysteem voor startups en scale-ups, die vaak afhankelijk zijn van lokaal durfkapitaal (Angel Investors). Als deze investeerders uitwijken naar eenvoudigere jurisdicties, droogt de financiering voor innovatie op.
Voor de professionals in onze sector is de boodschap helder: de nieuwe Box 3 is niet alleen een financieel vraagstuk, maar bovenal een IT- en compliance-vraagstuk. De komende twee jaar (richting de implementatie in 2028) zullen in het teken staan van het bouwen van datastraten en valideringsmechanismen.
De vraag blijft of de politiek op tijd inziet dat 'smart services' niet betekent 'meer data verzamelen', maar 'slimmere processen ontwerpen'. Tot die tijd moeten financieel dienstverleners en adviseurs zich voorbereiden op een periode van grote transitie en technische onzekerheid.
Terug